Boekentafel
 Winkelwagentje
 • brochures
 • internationaal brochures
 • stickers
 • traktaten

Hemelse vreugde – nu al!

 

De Here Jezus Christus is onze Vriend. Dat is geen religieuze frase. Hij is inderdaad onze Vriend. Hij is een Broeder »voor de nood geboren« (Spreuken 17:17) en »is aanhankelijker dan een broeder« (Spreuken 18:24). Hij zal ons nooit verlaten en ons nooit vergeten.

Wat is het mooi om op aarde een hemelse Vriend te hebben, want zo krijgen we nu al een beetje van de hemelse vreugde in ons hart. En juist dat wil de Heer graag voor Zijn kinderen: we mogen hier al, op deze aarde gelukkig zijn. Hij die door en door liefde is, is ook bereid om dag en nacht, elk uur onze Vriend te zijn om zich aan ons als zijn Vriend te betonen.

Als u ’s nachts niet kunt slapen, bidt dan: »Hemelse Vader, geef me alstublieft een beetje slaap en Uw vrede.« Als u pijn hebt, zegt u: »Vader, wilt U deze pijn alstublieft wegnemen? Maar als U vindt dat die moet blijven, help me er dan alstublieft doorheen en sterk mij.« Ga naar de Heer als u zich eenzaam en verlaten voelt. Hij wil Zich in de eenzaamheid ook als uw Vriend betonen.

Ik heb dat ervaren. Tweeënzestig jaar en vijf maanden had ik mijn geliefde vrouw aan mijn zij. Nu ben ik tweeënnegentig en leef alleen. Maar ik keer me tot mijn Here Jezus en zeg, terwijl ik op mijn kamer heen en weer loop: »Heer Jezus, ik ben alleen. Maar U bent bij mij. U bent mijn Vriend. Heer, troost U mij. Sterk mij. Geef Uw oude vriend alles wat hij volgens Uw inzichten nodig heeft.«

Dat is realiteit en geen sprookje: de Here Jezus Christus is onze Vriend.

En we zouden niet eerder tevreden moeten zijn tot we zeker weten dat de Here Jezus Christus ook in onze ervaring onze Vriend blijft. Voor altijd, dat betekent dat Hij ons nooit verlaat, ons nooit vergeet en in alle levensomstandigheden bereid is om Zich en ons te bewijzen dat Hij onze Vriend is.

Dat geldt niet voor een paar maanden of voor een of twee jaar, maar tot aan het einde van onze levensloop. David zegt in Psalm 23: »Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad, want Gij zijt bij mij …« (vers 4). Wat is dat waardevol!

Spoedig komt onze Heer zichtbaar voor ons terug. Hij kan al heel gauw terugkomen! Dan zal Hij ons thuishalen en wij zullen voor altijd bij Hem zijn. Wat is dat een heerlijk vooruitzicht! Dat moeten we ons heel praktisch toe-eigenen. Daarom zeg ik: »Hij komt om mij, de Georg die vol schuld is, maar toch door Hem verlost, die de hel verdiend had, tot Zich te halen.«

In de mate waarin we deze heerlijke dingen voor onszelf duidelijk maken en ze ons toe-eigenen, in die mate zal de hemelse vreugde nu al in ons beginnen.

 

Georg Müller

(1805-1898, de weesvader van Bristol)